Collectie

De collectie Maassluis van het museum kan omschreven worden als een heemkundige collectie. Zij is stadsgebonden. Vooral in het verleden is de geografische herkomst als criterium voor opname in de collectie gehanteerd. Ook nu moet een object een band of link met Maassluis hebben. Algemene historische objecten passen niet in de collectie.

De beeldende kunstcollectie collectie 1900 is gefundeerd op de ‘basiscollectie” geschonken in 1970 door mevrouw en mijnheer De Vries. Deze collectie van goede kunstenaars onder de top is het fundament onder de collectie. De heer De Vries heeft deze collectie samengesteld aan de hand van de volgende criteria: betaalbaar, niet al te bekend, maar wel (in de ogen van de heer De Vries) kunstenaars met potentie, (politiek) geëngageerd,  figuratief (met een enkele uitzondering)en ‘passend’ in een arbeiderswoning. Hij zag kunst als een geestelijke investering en ervoer zelf dat door het kijken naar kunst een mens gelukkiger en wijzer kon worden. Hij kocht de kunstwerken ‘om aan te tonen waar vakbond en partij hebben gefaald’. Zo zei hij ‘…In volksbuurten ontbreekt iedere vorm van voorlichting op het gebied van kunst. Door alle bezit zijn ze (red. de arbeiders) er niet gelukkiger op geworden’.

Aan de hand van deze basiscollectie is er door de conservatoren verder verzameld in dezelfde lijn als de heer De Vries. Het museum beschouwt een viertal kunstenaars als de kern van haar ‘collectie1900’ te weten: Jeanne Oosting, Otto B. de Kat, Jan van Heel en Sierk Schröder. De andere kunstenaars zijn direct of indirect (kunsthistorisch) aan deze ‘Grote Vier’ verbonden. Na het overlijden van Wally Elenbaas is besloten ook deze kunstenaar tot kernkunstenaar te verheffen.

Naast deze werken is er een kleine collectie kunstwerken van de hand van lokale kunstenaars. Zij ressorteren onder de ‘collectie Maassluis’  Een deel van deze werken is vanwege de topografische afbeelding ook van historisch belang.